Home › Kritisch › Bijna acht op de honderd stopten
Bijna acht op de honderd stopten
25 september 2026
Column · cijfers
Lange tijd gold dat ongeveer twee procent spijt krijgt van een medische transitie. Een Fins registeronderzoek onder 1.359 mensen die tussen 1996 en 2019 via de landelijke genderteams met hormonen begonnen, komt uit op 7,9 procent die stopte. En het risico om te stoppen is gestegen.
Het cijfer van ongeveer twee procent komt niet uit het niets. Volgens Finse onderzoekers kwamen schattingen van spijt na een medische transitie van de jaren zeventig tot de jaren 2010 in die orde van grootte uit, bij groepen die tussen de jaren zestig en 2010 met hun behandeling begonnen (bron). Wie nu medische transitie zoekt, is volgens dezelfde onderzoekers vaker als meisje geregistreerd, jonger en heeft vaker psychiatrische problematiek dan vroeger.
Wat het onderzoek meet
Riittakerttu Kaltiala en collega's uit Tampere en Helsinki volgden via landelijke registers de 1.359 mensen die na beoordeling in een van de twee Finse genderteams tussen 1996 en 2019 met vergoede hormonen begonnen. Gemeten vanaf het eerste contact met het genderteam was de follow-up gemiddeld 8,5 jaar. Van hen stopte 7,9 procent: 107 mensen haalden minstens een jaar lang geen hormonen meer op of stapten over op hormonen van het andere geslacht (bron). Belangrijker dan het totaalcijfer is de trend: wie tussen 2013 en 2019 voor het eerst bij een genderteam kwam, had een 2,7 keer zo groot risico om te stoppen als wie dat tussen 1996 en 2005 deed. Binnen twee jaar stopte 1,3 procent van de twee eerdere lichtingen samen en 2,9 procent van de laatste lichting; dat verschil was statistisch net niet significant.
De groep die met hormonen begon, veranderde intussen sterk. In de vroegste lichting (1996-2005) was de gemiddelde leeftijd bij het eerste contact 31 jaar en was 13,7 procent jonger dan 23; in de laatste lichting (2013-2019) was dat 24,8 jaar en 53,6 procent. Het aandeel dat mannelijke hormonen kreeg, steeg van 58,8 naar 69,0 procent (bron). De onderzoekers noemen stoppen met hormonen "een significant fenomeen in de gendergeneeskunde" (vertaald). Ze schrijven ook dat de drempel om met medische transitie te beginnen mogelijk lager is geworden, met een groter risico op onevenwichtige behandelbeslissingen.
Waarom het werkelijke cijfer hoger kan liggen
Het onderzoek telt alleen mensen die een speciale vergoeding voor hun hormonen kregen, en die vergoeding komt pas na meer dan een jaar behandeling. Wie eerder stopte, of buiten de officiële route aan hormonen kwam, valt buiten de cijfers; de onderzoekers noemen dat zelf als beperking (bron). De laatste lichting werd gemiddeld zes jaar gevolgd, en volgens de onderzoekers kunnen daar nog meer mensen stoppen. Het percentage van 7,9 is dus eerder een ondergrens dan een eindstand. Tegelijk zeggen de registers niet waarom iemand stopte: een deel kan zijn doel hebben bereikt, al vinden de onderzoekers dat onwaarschijnlijk bij wie na vele jaren stopt. Zie ook het rapport uit Finland.
Het aandeel ligt volgens de onderzoekers een veelvoud boven eerdere schattingen van spijt. Ze tekenen daarbij aan dat die oudere studies alleen uitgesproken spijt telden, en dat stoppen met hormonen, detransitie en spijt deels verschillende dingen zijn die een registeronderzoek niet uit elkaar kan halen. In Finland stopten ook minder mensen dan in vergelijkbaar onderzoek in de Verenigde Staten; dat komt volgens de onderzoekers waarschijnlijk door de uitgebreide beoordeling vóór de start van hormonen (bron). Of iemand als jongere (tot 22 jaar) of als volwassene bij het genderteam kwam, maakte voor het risico op stoppen geen verschil; het risico steeg met de lichting. Zie ook wat de cijfers laten zien over hoe zulke aannames in de praktijk standhouden.
Wat dit betekent voor wie twijfelt
Voor wie nu een traject overweegt is de vraag niet of stoppen zeldzaam is, maar hoe de kans zich verhoudt tot de eigen situatie. In het Finse onderzoek ging een genitale operatie samen met een kleiner risico op stoppen, en contact met specialistische psychiatrische zorg maakte in de uiteindelijke analyse geen significant verschil (bron). Op de pagina over Lisa Marchiano lees je hoe zij de toename van tieners die zich als transgender identificeren duidt. Onderzoek van deze omvang verdient geen bijzin in een folder, maar een plek in het eerste gesprek.
Bronnen
- Kaltiala, R., Helminen, M., Holttinen, T. en Tuisku, K. (2024). Discontinuing hormonal gender reassignment: a nationwide register study. BMC Psychiatry, 24, 566. pmc.ncbi.nlm.nih.gov · PubMed 39160479