Home › Kritisch › Het rapport uit Nederland dat er niet was

Het rapport uit Nederland dat er niet was

16 mei 2026

Column · nationaal beleid

Engeland heeft Cass. Zweden heeft SBU. Finland heeft COHERE. Nederland heeft ZonMw, dat onderzoek financiert maar zelf geen conclusie trekt, en sinds juni 2026 een advies van de Gezondheidsraad. En een Amsterdams genderteam dat zijn eigen werk evalueert.

Dat is het probleem in één zin. Het Nederlandse model voor jeugdgenderzorg — het Dutch Protocol — werd ontwikkeld door Peggy Cohen-Kettenis, oprichter van de Utrechtse genderkliniek (bron). De bekendste evaluaties van het protocol, de studie van De Vries e.a. uit 2011 en de cohortstudie van Van der Loos e.a. uit 2023, komen van het Amsterdamse genderteam zelf, toen VUmc, nu Amsterdam UMC (bron, bron). In Engeland en Zweden zijn puberteitsremmers en genderbevestigende hormonen voor jongeren inmiddels alleen nog in onderzoeksverband of in uitzonderlijke gevallen beschikbaar; in Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland, Frankrijk en Polen is de behandeling juist steviger in richtlijnen verankerd (bron). Op 30 juni 2026 bracht de Gezondheidsraad, op verzoek van de minister na twee moties van de Tweede Kamer, een advies uit over de transgenderzorg voor jongeren (bron).

Wat ZonMw is, en wat het niet is

ZonMw is een fondsenverdeler. Het schrijft niet zelf onderzoek; het programmeert en financiert het, met het ministerie van VWS als belangrijkste opdrachtgever (bron). Het onderzoek Mijn gender, wiens zorg? uit 2023 werd in opdracht van ZonMw en het ministerie uitgevoerd (bron), door de Radboud Universiteit en het Radboudumc (bron), een ziekenhuis dat zelf transgenderzorg biedt (bron). Het ging over de toename van de vraag naar zorg, niet over de uitkomsten van behandeling. Een evaluatie door betrokkenen is geen evaluatie. Het is een verklaring. Voor de Britse review werd kinderarts Hilary Cass juist gevraagd als senior arts "with no prior involvement or fixed views in this area", in vertaling: zonder eerdere betrokkenheid bij of vaste opvattingen over dit terrein (bron).

In Nederland zou een vergelijkbare commissie samengesteld kunnen worden uit België, Duitsland, Scandinavië of Canada. Of zelfs uit Nederland zelf, mits zorgvuldig geselecteerd. Wat er kwam, was een tijdelijke commissie van de Gezondheidsraad met Nederlandse deskundigen, onder voorzitterschap van de Leidse hoogleraar O.M. Dekkers. Buitenlandse deskundigen, onder wie Hilary Cass, en deskundigen van het Amsterdam UMC werden gehoord, maar namen niet deel aan de beraadslaging (bron).

Wat een Nederlands rapport zou moeten doen

Een Nederlands rapport zou de internationale literatuur synthetiseren. Het zou de Nederlandse cohorten longitudinaal evalueren: hoe gaat het werkelijk met de mensen die in 2005, 2010, 2015 het Dutch Protocol doorliepen? Niet alleen wie nog in zorg is, maar ook wie niet meer komt. Het zou detransitioners actief opzoeken. Het zou de cijfers over comorbiditeit, autisme, eetstoornissen openbaar maken. Het zou de huidige praktijk leggen naast de Cass-aanbevelingen en concluderen waar Nederland afwijkt en waarom.

Het advies van de Gezondheidsraad doet een deel daarvan. Het vergelijkt de Nederlandse aanpak met andere Europese landen en noemt de zorg zorgvuldig ingericht. Tegelijk stelt het dat de bewijskracht laag tot zeer laag is, dat de effecten op cognitie en vruchtbaarheid onvoldoende onderzocht zijn en dat gegevens over de lange termijn ontbreken. De commissie ziet ook signalen dat een deel van wie stopt, spijt heeft of in detransitie gaat, dit niet aan de eigen zorgverleners meldt en dus buiten de studies blijft (bron).

Het rapport dat de Nederlandse cohorten over lange tijd volgt, ook wie niet meer in zorg is, bestaat dus nog niet. Volgens de Gezondheidsraad is gestandaardiseerde, landelijke monitoring en evaluatie cruciaal om over een aantal jaar robuuste gegevens over de lange termijn te hebben (bron). Het ontbreken ervan is het belangrijkste Nederlandse document over jeugdgenderzorg dat we hebben. Een leeg document, vol veelzeggende stilte.

Bronnen

  1. Gezondheidsraad (2026). Transgenderzorg voor jongeren, advies nr. 2026/12. Den Haag. gezondheidsraad.nl
  2. ZonMw. Over ZonMw. zonmw.nl
  3. Radboud Universiteit (2023). Mijn gender, wiens zorg? In opdracht van ZonMw en het ministerie van VWS. pdf
  4. Cass, H. (2024). Independent review of gender identity services for children and young people: Final report. pdf
  5. de Vries, A. & Cohen-Kettenis, P. (2012). Clinical management of gender dysphoria in children and adolescents: the Dutch approach. Journal of Homosexuality, 59(3). PubMed

Zie ook