HomeColumns › Het rapport uit Nederland dat er niet was

Het rapport uit Nederland dat er niet was

Column · nationaal beleid

Engeland heeft Cass. Zweden heeft SBU. Finland heeft COHERE. Nederland heeft ZonMw, dat onderzoek doet maar geen conclusie trekt. En een Amsterdams VUmc dat zijn eigen werk evalueert.

Dat is het probleem in één zin. Het Nederlandse model voor jeugdgenderzorg — het Dutch Protocol — werd ontwikkeld door dezelfde kliniek die er nog steeds mee werkt. Wereldwijd is dat protocol verworpen, herzien, beperkt of opgeschort. In Nederland zelf is er nooit een onafhankelijke evaluatie geweest die door externen werd uitgevoerd.

Wat ZonMw is, en wat het niet is

ZonMw is een fondsenverdeler. Het schrijft niet zelf onderzoek; het financiert het. De onderzoekers die het financiert zijn vaak verbonden aan dezelfde klinieken die onder de loep zouden moeten worden gelegd. Een evaluatie door betrokkenen is geen evaluatie. Het is een verklaring. De Britse Cass-commissie werd juist samengesteld uit buitenstaanders, met expliciet uitsluitingscriterium voor wie binding had met de Tavistock-kliniek.

In Nederland zou een vergelijkbare commissie samengesteld kunnen worden uit België, Duitsland, Scandinavië of Canada. Of zelfs uit Nederland zelf, mits zorgvuldig geselecteerd. Dat is nooit gebeurd. Het ministerie schoof de vraag naar ZonMw. ZonMw schoof haar naar haar gebruikelijke adviseurs. De gebruikelijke adviseurs hebben belang bij continuïteit.

Wat een Nederlands rapport zou moeten doen

Een Nederlands rapport zou de internationale literatuur synthetiseren. Het zou de Nederlandse cohorten longitudinaal evalueren: hoe gaat het werkelijk met de mensen die in 2005, 2010, 2015 het Dutch Protocol doorliepen? Niet alleen wie nog in zorg is, maar ook wie niet meer komt. Het zou detransitioners actief opzoeken. Het zou de cijfers over comorbiditeit, autisme, eetstoornissen openbaar maken. Het zou de huidige praktijk leggen naast de Cass-aanbevelingen en concluderen waar Nederland afwijkt en waarom.

Dat rapport bestaat niet. Het wordt niet eens voorbereid. Het ontbreken ervan is het belangrijkste Nederlandse document over jeugdgenderzorg dat we hebben. Een leeg document, vol veelzeggende stilte.

Bronnen

  1. ZonMw (2023). Programma Genderzorg. Den Haag. zonmw.nl
  2. Cass, H. (2024). Final Report, methodologische bijlage. NHS England.
  3. de Vries, A. & Cohen-Kettenis, P. (2012). Clinical management of gender dysphoria in children and adolescents: the Dutch approach. Journal of Homosexuality, 59(3).

Zie ook