HomeColumns › De kliniek die niets uitsluit

De kliniek die niets uitsluit

Column · diagnostiek

In gewone geneeskunde sluit je dingen uit. Bij hoofdpijn denk je aan tumor én stress én bril. In de genderkliniek werkt het andersom: het kind zegt trans, en de rest verdwijnt.

Bij de Tavistock-kliniek, jarenlang het Britse referentiepunt, zat 35% van de aangemelde kinderen op het autismespectrum. In de gewone bevolking is dat ongeveer 1%. Tien tot vijftien procent had een eetstoornis. Een meerderheid had ervaringen met seksueel geweld, gepest worden, depressie, of een combinatie. Dat staat in de Cass Review, zwart op wit.

De diagnose die alles opslokt

Toch werd in dezelfde kliniek niemand systematisch onderzocht op autisme voordat het gendertraject begon. Geen brede psychiatrische intake. Geen vraag of het kind ooit traumatherapie had gehad. Geen vraag of de moeder thuis aanwezig was. De diagnose ‘genderdysforie’ werd genoteerd en de rest werd irrelevant.

Dat is geen zorgvuldigheid. Dat is één bril ophouden en de rest weglaten. In Nederland is het niet wezenlijk anders. De Amsterdamse kliniek hanteert hetzelfde affirmatieve model en heeft, op vragen van Kamerleden, nooit cijfers gepubliceerd over co-morbiditeit van aangemelde jongeren.

Wat een kliniek moet uitsluiten

Een goede kliniek vraagt: waarom dit kind, waarom nu, en wat nog meer? Ze sluit eerst andere verklaringen uit voordat ze aan een ingrijpende behandeling begint. Pubertijdsremmers zijn geen multivitaminen. Cross-sekse hormonen zijn definitief. Borstamputatie is niet terug te draaien. Wie dat doet bij een meisje van zeventien dat ook anorexia heeft, autisme, en een geschiedenis van zelfbeschadiging, doet iets dat in elke andere medische tak ondenkbaar zou zijn.

De kliniek die niets uitsluit, is geen kliniek. Het is een doorgeefluik.

Bronnen

  1. Cass, H. (2024). Final Report. NHS England. cass.independent-review.uk
  2. Strang, J. et al. (2018). Autism spectrum disorder and gender dysphoria. Pediatrics, 142(4).

Zie ook