HomeColumns › Wat zorgverleners niet leren

Wat zorgverleners niet leren

Column · opleiding

Een huisarts in opleiding kreeg vorig jaar twee uur les over genderdysforie. De docent was een transactivist. Vragen werden niet gesteld.

Dat verhaal hoor ik vaker. In de Nederlandse geneeskundeopleiding is het curriculum over genderdysforie smal. Geen Cass Review. Geen verwijzing naar de SBU. Geen kritische blik op de Dutch Protocol-studies, terwijl die nu in alle westerse landen onder de loep worden gelegd. Wel: pronouns, inclusieve taal, sensitiviteitstraining, en de boodschap dat affirmatie de standaard is.

Wat dat oplevert

Een huisarts die geen kritisch hoofdstuk heeft gezien, kan ook geen kritisch advies geven. Hij verwijst door naar de kliniek. Hij stelt de moeder gerust met ‘dit is de moderne zorg’. Hij weet niet dat in Engeland, Zweden, Finland en Noorwegen het beleid is gekanteld. Hij weet niet dat de groep verwezen kinderen sinds 2010 vertienvoudigd is, met een opvallende verschuiving van jongens naar meisjes.

Hij weet niet dat detransitioners bestaan, of als hij ervan heeft gehoord denkt hij dat het ‘heel zeldzaam’ is. Hij weet niet dat de zogenaamde 1%-spijtcijfer afkomstig is uit oud onderzoek op selecte groepen volwassen mannen. Hij weet niet dat de huidige adolescentengroep een ander profiel heeft.

Wat zou helpen

Een verplicht uur in de opleiding waar de internationale rapporten besproken worden. Een module over differentiaaldiagnose: autisme, eetstoornis, trauma, identiteitsverwarring na puberteit. Een gesprek met detransitioners. Niet als curiositeit, maar als deel van de leerstof. Een training in ‘niet meteen ja zeggen’ — iets waar artsen het in elke andere medische tak goed in zijn, behalve hier.

Een zorgverlener die niet leert wat hij moet weten, kan niet zorgen. Hij kan alleen meewerken aan het protocol. En dat is precies wat het systeem nu vraagt.

Bronnen

  1. Cass, H. (2024). Final Report. NHS England. cass.independent-review.uk
  2. Block, J. (2023). Gender dysphoria in young people is rising — and so is professional disagreement. BMJ, 380:382.

Zie ook